Op zoek naar de zeldzame woestijnolifanten van Namibië
Woestijnolifanten in Namibië zijn geen aparte soort, maar Afrikaanse savanneolifanten die zich op indrukwekkende wijze hebben aangepast aan het extreme, dorre klimaat in het noordwesten van het land. Ze trekken door droge rivierdalen waar ondergronds nog water en schaarse vegetatie te vinden is. Hun lichamen vertellen het verhaal van die aanpassing: vaak langere poten, bredere voeten om niet weg te zakken in het zand en een iets slanker postuur dan soortgenoten elders. Ze leggen enorme afstanden af, soms tot wel zeventig kilometer per nacht, op zoek naar water en voedsel. Ze kunnen langer zonder water dan andere olifanten en vernielen minder bomen, doordat ze hun dieet en vraatgedrag hebben aangepast aan het droge landschap. Met een lokale gids gaan wij vandaag op zoek naar deze olifanten.
Damaraland: ruig, stil en meedogenloos
Een populaire uitvalsbasis om woestijnolifanten te spotten is Damaraland, rond Twyfelfontein en de C39. Twyfelfontein ligt in het meest zuidelijke deel van het territorium van de woestijnolifant. Het gebied heeft een eigen sfeer en charme: roestrode rotsformaties, uitgestrekte landschappen en indrukwekkende prehistorische rotstekeningen.
Toch is de woestijn van Damaraland, tussen Twyfelfontein en onze campsite, niet alleen mooi, maar ook meedogenloos. In een gebied van zo’n 115.000 km² in het noordwesten van Namibië overleven slechts circa 150 van deze zeldzame woestijnolifanten. De rivieren Ugab en Huab doorkruisen het landschap, maar slechts zelden stroomt er daadwerkelijk water doorheen.
De droge rivierbeddingen bevatten gelukkig wel genoeg vocht voor de groei van acacia’s en andere vegetatie. Dat is cruciaal, want een volwassen olifantenstier eet dagelijks zo’n 200 tot 300 kilo aan planten. Het water halen de olifanten uit tijdelijke poelen waar ze soms lange trajecten voor moeten afleggen. En als het nodig is, graven ze zelf in de droge rivierbedding tot ze de waterspiegel bereiken. Deze uitzonderlijk intelligente dieren hebben zich zo goed mogelijk aangepast aan hun vijandige omgeving. Juist daardoor zijn ze kwetsbaar en stonden ze op het randje van uitsterven.

Een lange tocht richting het “einde van de wereld”
Ons avontuur begint met een lange tocht in onze eigen 4x4, dwars door verschillende landschappen die stuk voor stuk een “einde-van-de-wereld”-gevoel oproepen. We reizen met een lokale gids, een man van middelbare leeftijd die in een eenvoudig dorpje langs de hoofdweg woont. Hij heeft humor, kennis van het land en een warm karakter, maar kampt zichtbaar met gezondheidsproblemen. Zijn gebit is nagenoeg versleten. We geven hem onderweg wat paracetamol om de pijn te verzachten. Hij knapt er snel van op en ondanks zijn ongemak blijft hij optimistisch en vrolijk. Hij is vastbesloten ons de “echte” woestijn te laten beleven.
Onze 4x4
krijgt het flink te verduren. Rijden in rul zand is een uitdaging, maar met de
nodige ervaring achter het stuur blijven we uit de problemen. Ik rij al jarenlang met dit type auto’s. Vastzitten
gebeurt gelukkig niet. Urenlang hobbelen we door het landschap, een gratis
“Afrikaanse massage”, zoals ze dat hier gekscherend noemen. Na de eerste uren
van verwondering over het landschap, begint toch langzaam de twijfel te knagen:
bestaan die woestijnolifanten hier echt nog, of is het een sterk verhaal?
De eerste ontmoeting in de stofstorm
Via een wirwar van sporen en zandwegen rijden we richting een van de droge rivierbeddingen. Onze gids kent het gebied en ook “zijn” olifanten, maar zelfs hij moet af en toe stoppen, turen en zoeken. Af en toe komen we een andere auto tegen met hetzelfde doel: het vinden van de woestijnolifant.
We zijn al een paar uur onderweg, tot de gids plots iets in de verte ziet. “Look… elephant!” zegt hij. Heel in de verte, onder een paar verdwaalde bomen in de compleet uitgedroogde rivierbedding, lijkt iets te bewegen. Door de harde wind blaast er enorm veel stof op, waardoor onze eerste blik op de olifant niet veel meer is dan een grijze massa in een wolk van zand.

Wanneer we dichterbij komen, zien we duidelijk een olifantenstier. Hij staat rustig in de luwte van een boom, met zijn achterlijf naar de wind gekeerd. Het lijkt alsof hij simpelweg wacht tot de wind wat gaat liggen. Dat gebeurt deze avond echter niet.
We rijden verder. De zon komt door. We vinden even later, verderop in de rivierbedding, nog een stier. Ook hij staat geduldig te wachten, onverstoorbaar te midden van de storm. We houden gepaste afstand, maken een paar foto’s en laten hem verder met rust. Dit is hun wereld, wij zijn slechts gasten.

Een magisch moment in het laatste avondlicht
Daarna lijkt de woestijn weer leeg. De wind is zo sterk dat hogerop een constante stofstorm lijkt te razen. Stof danst over de motorkap en elke keer dat we een raampje openen, bedekt een laag fijn zand in een oogwenk het hele interieur in een grijze waas.
We staan al op het punt om terug te rijden. De zon zakt steeds lager richting de horizon. En dan opeens zien we twee silhouetten in de verte. Tenminste, dat denken we. Als we dichterbij komen, blijkt het een groepje van zes olifanten te zijn. Ze zijn opvallend actief en lijken het zachte avondlicht te gebruiken om met elkaar te socialiseren.
Onze gids
stelt voor om uit te stappen en een kleine heuvel te beklimmen. Vanaf daar
kunnen we de olifanten van bovenaf bekijken. De klim is even pittig, maar zodra
we boven zijn, worden we getrakteerd op een adembenemend uitzicht. Onder ons
beweegt de kleine kudde. Sommige jonge mannetjes stoeien. Vrouwtjes en enkele
kalveren lijken zelfs te spelen. Ze laten zich totaal niet door onze
aanwezigheid verstoren.
Fotograferen en filmen is een uitdaging. De wind is zo hard dat je bijna uit je schoenen waait; een camera stilhouden is nauwelijks te doen. Toch lukt het om een paar mooie opnamen te maken. Het belangrijkste is echter niet de foto, maar het moment: daar zitten we dan, op een heuvel in de Namibische wildernis, kijkend naar een groep zeldzame woestijnolifanten die zich op hun eigen tempo een weg baant door dit ruige landschap. Het voelt magisch om even deelgenoot te zijn van hun wereld.
In het donker terug naar de campsite
Als de zon de horizon raakt, is het tijd om terug te keren. We dalen af naar de auto en beginnen aan de lange rit terug naar de campsite. Het is nog een paar uur rijden, in het donker, over doodstille zandwegen en het laatste stuk asfalt. Hier is duisternis ook echt duisternis. De koplampen lijken nauwelijks verschil te maken en je hoopt maar dat er geen groot dier onverwacht de weg op loopt.
Terug bij de hoofdweg nemen we afscheid van onze gids. Hij krijgt een royale fooi. Natuurlijk wordt hij ook door de campsite betaald, maar elk extra bedrag is meer dan welkom. In zijn geval zeker ook verdiend. Zonder hem hadden we misschien nooit een glimp opgevangen van deze bijna mythische bewoners van de woestijn.
Waarom deze ervaring je altijd bijblijft
Een ontmoeting met woestijnolifanten is geen gegarandeerde “attractie” maar een voorrecht. Je hebt geduld, tijd en respect voor de natuur nodig. Het vraagt om lange ritten, stoffige kleren en soms de teleurstelling dat dieren zich niet laten zien. Maar áls je ze dan uiteindelijk vindt, ergens in een uitgedroogde rivierbedding, in het laatste licht van de dag, voelt het als een cadeautje dat je nooit meer vergeet.
Wil je zelf ook een keer op zoek naar de woestijnolifanten van Namibië, met een veilige 4x4, een ervaren gids en een goed doordachte route? Neem dan gerust contact met mij op. Ik help je graag een reis samen te stellen waarin je de magie van Damaraland en haar bijzondere bewoners op een verantwoorde manier kunt ervaren.